4 juli 2022

Omroep Juraini

Het geluid van Juraini

Rasia Jitan wil een voorbeeld zijn voor anderen en deelt daarom haar eten

Eten delen met anderen. Rasia Jitan kreeg het met de paplepel ingegoten. Ook in Roti Tori, haar restaurant in Nootdorp, geeft ze vaak bordjes eten weg.

Naar wie gaan die bordjes?

,,Naar klanten van wie ik weet dat ze het financieel zwaar hebben, bijvoorbeeld omdat ze in de schuldsanering zitten. Wat maken mij die paar euro’s uit? Niets. Nee, daar ga ik niet moeilijk over doen. Neem het eten maar mee. Ook niet-klanten die het niet breed hebben, kunnen hier altijd terecht voor een bordje.”

Weten onbekenden jou ook te vinden?

,,Zeker. Vaker dan eens is mij gevraagd om een bordje. Kijken of iemand nog een tientje in zijn zak heeft, doe ik niet. Ook niet als hij of zij er heel netjes uitziet. Alleen het feit dat iemand om eten vraagt, en op dat moment dus al zijn of haar gevoelens van gêne opzij zet, is voor mij genoeg.”

Waarom doe je dit eigenlijk?

,,Geven heb ik meegekregen uit mijn opvoeding. Ik ben Surinaams-Hindoestaans. Gastvrijheid staat daar op nummer één. Iedereen is welkom en krijgt altijd een bordje. Ik weet niet beter dan dat eten er is om te delen.”

Zijn er nog regels wat betreft het geven?

,,Als het maar uit je hart komt. Geven doe je voor een ander, niet om jezelf daarna op de borst te kloppen.”

Jij bent ook heel bescheiden…

,,Klopt. Zo’n stukje in de krant waarin ik de hoofdrol speel, vind ik eigenlijk ook helemaal niets. Het gaat niet om mij. Ach.. Ik hoop dat ik een voorbeeld kan zijn voor anderen. Samen kom je altijd verder dan alleen.”

Een heleboel mensen kunnen nog wat van je leren…

,,Ha, het is vast ook een cultuurdingetje. Zeventien jaar geleden kwam ik in Nederland –dat was best even schrikken. Maar goed, alles wat niet is kan nog komen.”

Hou je wel genoeg over voor jezelf?

,,Natuurlijk. Ik ga je eerlijk vertellen dat ik een heel economische vrouw ben. Aan strooien doe ik niet. Daarbij ben ik van mening dat je alleen kan geven, als het goed met jezelf gaat. Dat geluk heb ik. Sterker nog: ik ben gezegend.”